Lente in Boekarest

Hesp Boekarest

De compressorenfabriek Hesper ligt aan de rand van een stadspark in Boekarest. We waren daar vorig jaar om te kijken wat er met de leegstaande historische hallen gedaan zou kunnen worden. Onze Roemeense vrienden hebben niet stilgezeten en binnenkort worden de eerste activiteiten verwacht.

De eigenaar van de fabriek, heeft een voor Oost-Europese begrippen gezonde achterdocht tegen alles en iedereen. Sommige van zijn hallen zijn monumentaal, staan leeg en liggen prachtig aan de rand van het park. Alleen, hoe maak je daar nu een rendabele plek van voor evenementen, horeca, onderwijs, cultuur?

Vertrouwen is in dit geval het sleutelwoord. En daar is het afgelopen jaar een goede basis voor gelegd aan de hand van verschillende exploitatiemodellen en ruimtelijke visualisaties voor de lange termijn. Tegelijkertijd is het ook een kwestie van durven en gewoon beginnen met het eerste evenement en het publiek kennis te laten maken met deze mooie verborgen plek in het centrum van de stad.

Op vrijdag 23 mei vindt de ‘Carol Factory Night’ plaats tijdens de Romanian Design Week en de Bucharest Gallery Night. De fabriek zal haar deuren openen vanaf 18:00, met Nederlandse en Roemeense presentaties over industriële transformatie en de stad in transitie, met een bar, bier, wijn en Roemeense worsten en een pop-up expositie van bijzondere Roemeense fiets creaties in een stad waar het fietsen steeds meer in trek raakt.

Komt dat zien! Toegang gratis.

Joep de Roo – Eurodite
Maarten Pedroli
Linkeroever – april 2014

 

Meer infomatie

Maak een park

Even geen geld voor die nieuwe woonwijk? Industrieterreintje of winkelcentrum niet meer nodig? Maak er een park van, dat kost weinig en levert veel op.

Jarenlang werkte ik in een wat verouderd kantoorgebouw in een wijk die geplaagd werd door achterstallig onderhoud en openbaar alcoholgebruik. Het bijbehorende winkelcentrum is inmiddels vernieuwd en de woonwijk gesloopt. Dure vierkante meters, net buiten de ring van Amsterdam die er nu renteloos bijliggen. Althans in de ogen van de boekhouder. Alleen al de ruimte is een verademing en geeft het oude kantoorgebouw ineens allure en bovendien  worden er voorzichtige pogingen gedaan tot stadstuinieren.

Woonwijkje weg
Woonwijkje weg

Op dit kaartje staat nog de oude situatie (in de lichte rechthoek), en zo ziet er nu uit:)

[slideshow_deploy id=’2679′]

 

Hier is ruimte:

Leuke interactieve kaart met (tijdelijk) ongebruikte terreinen in de omgeving van Amsterdam:

http://maps.amsterdam.nl/braakliggende_terreinen/

Maarten Pedroli
Linkeroever – oktober 2013

Marineterrein Amsterdam

Met het tekenen van een bestuursovereenkomst tussen Amsterdam en de ministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken komt de weg vrij voor een geleidelijke transitie van een het Marineterrein, een belangrijk stuk Amsterdam. Liesbeth Jansen gaat dat als projectdirecteur in goede banen leiden.

Het Marineterrein in Amsterdam ligt in het centrum naast het station op de linkeroever van het IJ. Veertien hectaren top-locatie waar heel erg veel leuke en goede dingen mee te doen zijn. Tot nu toe een gesloten gebied, al 350 jaar in gebruik door de Koninklijke Marine en nog steeds eigendom van het Rijk. In 2014 gaat het terrein (gedeeltelijk) open voor publiek.

Simpelweg komt het er op neer dat het Rijk het gebied graag wil verkopen voor een goede prijs en dat Amsterdam het graag wil kopen/ontwikkelen maar daar vooralsnog geen financiering voor heeft. Het vernieuwende van de op 5 december jl. getekende overeenkomst tussen Rijk en gemeente is dat daarin niet alle bestemmingen en functies zijn vastgelegd maar dat er veel ruimte is voor tijdelijke ontwikkelingen. Dat geeft de mogelijkheid beter in te spelen op de vraag en mogelijkheden van het moment. Tegelijkertijd verhoogt het nieuwe – al dan niet tijdelijke – gebruik de waarde van het gebied waardoor financiering eenvoudiger kan worden. Ook het feit dat Rijk en gemeente samen optrekken in het maken van plannen en zoeken naar financieringsmogelijkheden mag gerust verfrissend worden genoemd.

Liesbeth Jansen transformeerde eerder de Westergasfabriek tot een waardevol gebied voor buurt, stad en land en is met Linkeroever nog steeds betrokken bij veel ‘reanimaties’ van gebouwen en gebieden. Liesbeth: “De complexe situatie met Rijk, Defensie, gemeente Amsterdam en andere betrokkenen is bij uitstek een kans voor organische, flexibele ontwikkeling. Doen en ondernemen met een korte termijn kan de richting en visie op de lange termijn sturen en vormgeven.”

[slideshow_deploy id=’2807′]

Meer informatie:
gemeente Amsterdam
Volkskrant

Investeren in exploitatie

Je kunt beter geld stoppen in het gebruik van een gebouw dan in de bakstenen. Een gezonde exploitatie levert uiteindelijk meer op dan een prachtig opgeknapt gebouw zonder gebruikers.

We mogen helpen denken over hoe een enorm in ongebruik geraakt gebouw in het zuiden van het land weer nieuw leven kan worden ingeblazen. De afgelopen jaren hebben projectontwikkelaars zich er de tanden op stukgebeten. Gezien de omvang zijn de renovatiekosten enorm en er is geen enkele garantie dat er op voorhand langdurige contracten met toekomstige huurders kunnen worden afgesloten. En dan haakt de bank af: geen financiering voor het project.

De oplossing die wij zien is het naar voren trekken van de exploitatie. Doe het minimale om voortbestaan van het gebouw en veiligheid van de gebruikers te garanderen, en investeer in het mogelijk en zichtbaar maken van – al dan niet tijdelijk – gebruik. Investeren in exploitatie is brandend water in projectontwikkelaarsland. Het gebouw (investering) en het gebruik (exploitatie) zijn strikt gescheiden. Toch leidt investeren in de exploitatie volgens financiële vrijdenker Joop Petit tot een hoger rendement en lagere investeringen.

Joop: “Ik ben blij met die crisis. Daardoor kunnen een hoop inefficiënte gewoontes op de schop. Tot nu toe waren het bedenken, het bouwen en het gebruik gescheiden in tijd. Maar zeker bij het opnieuw in gebruik nemen van lege gebouwen kunnen ontwerpen, bouwen en gebruiken hand in hand gaan. Door het casco, de technische voorzieningen en het inbouwpakket als afzonderlijke elementen te zien, kan een gebouw zich voortdurend aanpassen aan veranderend gebruik. Exploitatie en bouw zijn dan verweven in een samenspel van investeren en verdienen. Door de investeringskosten te verlagen en/of uit te spreiden over de tijd en gebruikers hoeft er minder geleend te worden, minder rente betaald te worden en zijn er voortdurend inkomsten.”

Joop Petit is als inspirator en visionair betrokken
bij veel (her)ontwikkelingsprojecten.

 

Maarten Pedroli
Linkeroever – februari 2013

 

Erfgoed en Social Media

Doet Erfgoed het met Social Media? We zochten het uit.

Het wemelt van de erfgoedinstellingen op internet, er zijn rijksdiensten, provinciale erfgoedhuizen, lokale stadsherstellen, monumentenverenigingen, woningcorporaties, ontwikkelaars, monumentenwachten, archieven en wiki’s. Allemaal heel erg begaan met onze oude gebouwen. Maar gebouwen hebben bewoners en gebruikers nodig. Via social media kun je mensen aan je binden. Doe erfgoedinstellingen dat dan ook? BOEi vroeg ons eens te kijken naar een aantal organisaties die zelf monumenten in beheer hebben.

Algemene indruk? Het is vrij stil op Facebook, Youtube en Linkedin. Op Flickr, Layar en 4square gebeurd vrijwel niets. Er wordt vooral getwitterd. Wat voorbeelden. Dudokwonen (www.dudokwonen.nl) is een van de weinige beheerders die een actief social media hebben via Facebook (1500 likes), Twitter (900 tweets, 1300 volgers) en Youtube (60.000 views). Ook Heemschut (www.heemschut.nl) doet aardig mee op Facebook (90 likes) en Twitter (780 tweets). Een grote organisatie als Hendrick de Keyser (www.hendrickdekeyser.nl) doet helemaal niets met social media, maar daar staat tegenover dat juist deze organisatie weer heel actief en ‘old school’ communiceert en ook een eigen Webshop heeft.

Van de rijksdiensten is alleen de Dienst Landelijk Gebied (www.dlg.nl) actief op Twitter (147 tweets) en Youtube (19.000 views). Bij de provinciale erfgoedinstellingen wordt nog wel het een en ander getwitterd, maar alleen Noord- en Zuid-Holland zijn actief op Facebook. Bij de Stadsherstellen is het nog veel stiller, er is slechts een enkeling die iets retweet. Alleen de grootste, Stadsherstel Amsterdam (www.stadsherstel.nl), is actief op Facebook, Twitter en Youtube.

Er ligt dus nog wel een kans voor erfgoedorganisaties, zeker nu het vinden van gebruikers of publiek belangrijker is dan ooit. Ter vergelijking bekeken we ook de grotere instellingen. Natuurmonumenten (www.natuurmonumenten.nl)  spant de kroon wat betreft Facebook (14.700 likes) en Youtube (411.000 views). Staatsbosbeheer (www.staatsbosbeheer.nl) heeft het meeste  volgers op twitter (10.400), terwijl De Hollandsche Molen (www.molens.nl) zich helemaal een ongeluk twittert (18.000 tweets).

Ook beginnen met social media? Hier is één van de vele do en don’t lijstjes (je kunt ons natuurlijk ook gewoon bellen).

Jacqueline Verheugen
Linkeroever – januari 2013

Gewoon Doen!

Beetje klaar met netwerken, kennis delen en kansen zoeken? Ga dan gewoon wat doen. Niets is leuker dan iets te maken en als het niet groot kan, maak het dan klein.

Ik ben niet zo’n talent in netwerken. Praten vind ik niet leuk en ik durf vreemde mensen niet aan te spreken. En alles lezen wat los en vast zit over een belangrijk onderwerp doe ik ook niet, ik raak de weg kwijt tussen de letters en zit al gauw te fantaseren over hoe het ook kan.

Maker fairs zijn tentoonstellingen van makers. Het fenomeen bestaat al enige tijd in America als onderdeel van de Make-beweging. Het succes zit hem in het feit dat mensen makkelijk praten over concrete tastbare zaken, iets dat werkt, iets waar je misschien een toepassing voor hebt of dat je op een idee brengt. De verwondering van anderen over de concrete resultaten van vaardigheden en kennis doet wonderen voor het eigenbeeld van de makers.

Iedereen kan iets maken. Natuurlijk zijn er de “uitvinders” die technische oplossingen hebben voor praktische zaken, maar mensen maken ook prachtige liedjes, lekker eten, een systeem voor kinderoppas, een wetenschappelijk onderzoek of een sociaal manifest. Laat het zien aan anderen en iedereen komt in een positieve verbetermodus.

Kijk, en dan wil ik ineens wel met een vreemde praten over hoe ik metalen initialen op mijn barbecue las en ga ik ineens wel lezen over alle ins- en outs van lasersnijden.

Check out: http://makerfaire.com/

Maarten Pedroli
Linkeroever – november 2012

Voor altijd tijdelijk

Tijdelijk gebruik van gebouwen en gebieden kan erg effectief zijn. Voor het behoud van gebouwen, om inkomsten te genereren, om sturing te geven aan een ontwikkeling of om leefbaarheid te bevorderen.

Het is niet alleen de crisis die voor veel ongebruikte ruimte zorgt. Werk en werknemers worden in toenemende mate flexibel waardoor minder en anders ingerichte ruimte nodig is. Daarmee verdwijnt ook de behoefte aan langlopende contracten en grootschalige projecten in de bouw. Het steeds anders gebruiken van dezelfde ruimte wordt de nieuwe norm.

Sturend en smaakmakend
Tijdelijk gebruik is bij uitstek een instrument om besluitvorming te sturen. Verschillende soorten invullingen kunnen worden geprobeerd, er kan regie worden gevoerd over de richting van de invulling en er kan een toon worden gezet die zowel voor gebruikers als omgeving aantrekkelijk is. De tijdelijke invulling van een gebouw of gebied kan smaakmakend zijn voor een veel groter gebied.

Efficiënt, maar niet gratis
Om gericht tijdelijk gebruik in te zetten moeten gebouwen en gebieden wel aan een aantal basale eisen voldoen. Veiligheid en toegankelijkheid moeten geregeld zijn en regie en communicatie zijn cruciale succesfactoren. Als de eigenaar daar niet in wil of kan investeren heeft die ook minder of geen invloed op de ontwikkeling.

De stappen die gezet moeten worden om tot een effectief en sturend tijdelijk gebruik te komen heeft de Linkeroever op een rijtje gezet. Handig!

Liesbeth Jansen
Linkeroever – november 2012

 

Op de foto:
Appsterdam is a quickly growing group of software developers (app-makers) who are gathering in Amsterdam since summer 2011. In cooperation with Studio Vacant NL they temporarily colonized a vacant building at Westergasfabriek to create physical gravity in the software industry.

Iedereen vieze schoenen op eerste LinkerOever trip.

Met een volle bus maakten we afgelopen donderdag 13 september een reis naar de mijnstreek in België en Limburg. We bezochten een site met de allure van een James Bond locatie, een opgepoetste kolenmijn en een schitterend vervallen industrieel paleis. En we kregen vieze schoenen. De eerste trip van LinkerOever was leuk én leerzaam.

Met een groep architecten, programmeurs, organisatoren en horecamensen. Als eerste bezochten we de ENCI-groeve in Maastricht, een industrieel landschap met de allure van een James Bond locatie. We kregen van Peter Haane een ‘hard-hat-tour’ die dwars door de vers afgegraven mergel voerde en iedereen smerige schoenen bezorgde. ENCI slaagt er in om vrijgekomen hallen uitsluitend te vullen met duurzame industriële ondernemingen uit zware mileucategorie 5; afvalverwerkings- en recyclingbedrijven. Tegelijk met de komst van deze nieuwe bedrijvigheid wordt het omringende gebied ontwikkeld tot natuur- en recreatiegebied. In 2018 moet het allemaal klaar zijn.

Na de lunch zijn we verder gereden naar het Belgische Genk waar we de voormalige kolenmijn Winterslag bezochten. Deze site is door de Belgische rijksbouwmeester Peter Swinnen in 2010 getransformeerd tot cultuurcentrum C-Mine. We kregen hier van Inge Claessens van de dienst toerisme van de stad Genk een rondleiding door de sterk opgepoetste ruimtes, waar vooral de imponerende hijsinstallatie van het schachtblok en een hal vol electriciteitskasten herinneren aan het verleden.

Heel anders was de entourage in Waterschei, waar een schitterend afgeleefd gebouw, een vervallen industrieel paleis, onderdak biedt aan de hedendaagse kunst biënnale Manifesta 9. Veertig kunstenaars hebben zich hier laten inspireren door de kolenmijnen die tot 25 jaar geleden het leven in Genk bepaalden. Aansluitend onthulden Emmy Vandersmissen, directeur cultuur van Genk, en Paul Olaerts, hoofd Economie van Genk, de plannen voor stadsproject Thor waarbij Waterschei wordt omgetoverd tot innovatief bedrijventerrein.

De dag werd afgesloten met een maaltijd in Radio Royaal in Eindhoven, een gloednieuw restaurant in de oude machinekamer van Strijp-S in Eindhoven. Van Olivier Graeven van Braaksma-Roos Architecten kregen we een korte toelichting over de aanpak van de restauratie van de Machinekamer. We hebben heerlijk gegeten maar dankzij het rijdtijdenbesluit (na 14 uur moet de chauffeur weer thuis zijn) zijn we niet meer toegekomen aan het nagerecht. Volgende keer blijven we gewoon slapen!

Jacqueline Verheugen
Linkeroever – september 2012

Heb je Tips voor Trips?

Download Transitie ENCI bedrijvenpark

Klik voor een slideshow op één van de plaatjes:

Doe eens NIETS

Linkeroever zoekt en vindt altijd leuke voorbeelden van hergebruik.

Hergebruik brengt in veel gevallen nieuwe functies met navenante begrotingen, regelgeving en exploitatieproblemen. In Antwerpen zagen we dat het ook anders kan. De buitenkant van de open loods op Spoor Noord is wel netjes opgeknapt en en ligt een nieuwe vloer in, maar dat is het dan. En zo ontstaat een marktplaatsachtige ruimte die je gewoon niet hoeft te gebruiken, maar wel kán gebruiken. Bijvoorbeeld voor een pop-up café of een potje voetbal als het regent.

Maarten Pedroli
Linkeroever – mei 2012

Klik op een plaatje

 

Spoorzone Tilburg

Hoe hou je als gemeente regie over tijdelijke invulling?

De Spoorzone in Tilburg is een 75 hectare groot gebied in het hart van Tilburg. De ambities voor dit gebied zijn vastgelegd in een flexibel masterplan en worden stapsgewijs gerealiseerd.Tijdelijk gebruik is één van de instrumenten die worden ingezet om richting te geven aan de definitieve invulling.

Meer over de Spoorzone

i.o.v. BOEi, i.s.m. de Gemeente Tilburg
Bijdrage: strategie en ontwikkeling tijdelijke exploitatie